top of page
  • Foto van schrijverJimmy's

Zo werken wij aan het einde van jongeren dakloosheid

Bijgewerkt op: 4 apr.

Een paar jaar geleden ontmoetten we twee jongeren. Een meisje van 18 en haar hond, wonend in een kraakpand waar veel drugs wordt gebruikt. Met haar hond is ze niet welkom in de opvang, maar eigenlijk wil ze daar ook niet zijn. Ze heeft net “jeugdzorg van zich afgeschud” en wil onder geen beding meer terug in het systeem. Bij Jimmy’s voelt ze zich wel thuis; ze komt hier daarom elke dag.


Niet veel later, een jongen van net 20, die na een paar jaar werken en rondreizen met een kermis terugkomt in zijn voormalig woonplaats. Zonder netwerk, zonder plek. Maar ook: volgens de gemeente zonder recht op hulp, want als je zo lang weg bent heb je “geen binding meer”. Hij landt bij Jimmy’s, op zoek naar een plek om te slapen.




Van klein signaal naar groot project

Ruim vier jaar geleden troffen we bij onze Jimmy’s deze twee jongeren. Beiden worstelden ze met dakloosheid; zonder dat ze zichzelf dakloos noemden. Twee signalen die we oppikten en die, bij navraag onder andere jongeren, weleens een veel groter probleem zouden kunnen duiden.


Nu, jaren later en via allerlei tussenstappen, zijn we -samen met onze partner Straat Consulaat en een team mega-gemotiveerde jongeren - met Jongerenpanel de Derde Kamer, aan de weg timmeren om een einde te maken aan jongerendakloosheid in 2030.


Dit verhaal gaat over hoe een paar kleine signalen leiden tot een meerjarig project. Om problemen waar jongeren tegenaan lopen structureel en samen met hen op te lossen.


Het is zo exemplarisch voor hoe we werken, dat we het hele proces schetsen. In de hoop dat meer van dit soort signalen en achterliggende échte problemen worden herkend en leiden tot het verbeteren van beleid. En zoals je zult lezen, dat kan in onze ogen het beste samen mét jongeren.


De eerste stappen

Vrij snel nadat de twee jongeren van hierboven bij ons binnen liepen zetten via ons Jimmy’s netwerk een vraag uit onder tientallen jongeren die regelmatig bij onze locaties kwamen. Hoe gaat dat eigenlijk als je geen eigen thuis hebt, of dakloos dreigt te worden? En zijn deze verhalen uitzonderingen, of is er wel degelijk iets aan de hand, waardoor steeds meer jongeren dakloos worden in Nederland?


Binnen no time was duidelijk dat hier meer aan de hand was. We pikten zonder moeite een paar handenvol verhalen op. Jongeren die al maanden bij verschillende vrienden op de bank bivakkeerden. Jongeren voor wie de opvang of hulpverlening niet toegankelijk was. Jongeren die helemaal onder de radar van instanties bleven. En nog veel meer voorbeelden.


Via SZN, één van onze netwerkpartners, werden we gewezen op het Actieprogramma dak- en thuisloze jongeren, dat op dat moment geschreven werd. We deelden de verhalen van jongeren én de knelpunten en oplossingsrichtingen die jongeren zelf al bespraken. Deze ervaringen van “echte” jongeren bleken van grote waarde. Zozeer dat het Actieprogramma ons vroeg om een plan te maken hoe de stem van jongeren in het héle programma goed mee te nemen.


Meedoen is niet vanzelfsprekend

Dat plan lag er al snel. Geen quick wins, met wat mooie sessies, maar structureel en gelijkwaardig samenwerken met jongeren én professionals.

Je stem laten horen en participeren is voor jongeren, en zeker hen met een achtergrond in dak- of thuisloosheid, niet vanzelfsprekend. Ons plan draaide daarom om twee dingen:


  1. Omstandigheden: we creëren de omstandigheden waarin jongeren mee kunnen doen. Dat vroeg en vraagt nog altijd een flink deel van onze tijd. Maar door hier zoveel tijd in te steken, stellen we wél jongeren met ervaring in staat om hun stem te laten horen. Iets dat nooit gelukt was als we “gewoon een paar participatiesessies” hadden georganiseerd.

  2. Talentontwikkeling: meedoen is geen eenrichtingsverkeer. We kijken per individuele jongere waar ze goed in zijn, helpen ze dat te ontwikkelen en gebruiken die talenten vervolgens om hun stem te laten horen. Zo loont meedoen ook voor jongeren zelf en heeft hun bijdrage ook waarde voor hun verdere toekomst.


Deze manier van werken kreeg in het Jongerenpanel De Derde Kamer op allerlei manieren vorm, bijvoorbeeld:


  • Altijd regelen we heel praktisch beltegoed of treinkaartjes, zodat jongeren überhaupt naar bijeenkomsten kunnen komen. Voorschieten en declareren lukt echt niet als je rond de armoedegrens bungelt.

  • We regelden, mede dankzij het bureaucratie-vrije budget van Kansfonds , een boot voor een jongere om te wonen, een rijbewijs voor een ander, betaalden boeken en schoolgeld en de tandarts waar een jongere al jaren niet was geweest. Zo dragen we bij aan hier en nu je hoofd boven water houden én meer kans op een goede toekomst.

  • Jongeren die wilden konden meedoen aan een TINO-traject. Daar ontdekten ze welke vaardigheden ze door hun leefomstandigheden juist bovengemiddeld hebben ontwikkeld en hoe ze die kunnen inzetten in hun toekomstige loopbaan.

  • Met regelmaat bespreken we met jongeren wat ze willen leren binnen of buiten het Jongerenpanel. Daar zetten we ons voor in. Ondertussen houden we vinger aan de pols om te zorgen dat hun basis (of Big 5) op orde komt en blijft, zodat ze na een tijdje weer uitstromen uit het panel. Jongeren werkten zich op van schoonmaker tot teammanager, werden beleidsmedewerker bij een gemeente, werden professioneel belangenbehartiger of gingen weer terug naar school of zelfs promoveren. (Het liefst zouden we over elke jongere een portret maken, waarin we blinkend van trots over hun ontwikkeling vertellen. Het is echt een eer om met elk van deze toppers te werken).


Inmiddels weten we dat echt betekenisvol participeren alleen op deze manier werkt: door veel tijd te steken in kúnnen participeren en zorgen dat het voor jongeren de moeite waard is om mee te doen.


Aansluiten bij wat er al is

Wat we ook schreven in ons plan: we willen niet steeds het wiel opnieuw uitvinden. Waar mogelijk sluiten we altijd aan bij wat er al is; daar zit immers al expertise en ervaring waar je gebruik van kan maken. En waar nodig beginnen we opnieuw, omdat een frisse blik vaak nieuwe inzichten oplevert.


In dit plan begonnen we daarom in twee steden. In Den Haag, startten we onze samenwerking met partner Straatconsulaat. Zij hebben al jarenlang ervaring met het behartigen van belangen van dak- en thuisloze jongeren. Door hun ervaring en vakinhoudelijke kennis te combineren met onze kennis en ervaring op het gebied van jongerenparticipatie en peer-support bleken we een sterk team. Parallel starten we met het vinden van jongeren in Arnhem. Die gemeente wilde graag meer samenwerken met jongeren maar hadden op dat moment nog weinig lokale ervaring met belangenbehartiging voor jongeren. 


Wat we leerden in de ene stad gebruikten we in de andere, en andersom. Inmiddels zitten of zaten jongeren van Maastricht tot Groningen in het Jongerenpanel. Tientallen jongeren zetten zich actief in met het kernteam, nog eens honderden jongeren gaven input via lokale achterbannen of losse projecten. Zo maken we samen impact voor beter beleid om dakloosheid uit te bannen.


Hoe werkt dat dan?

Maar wat gebeurt er dan en hoe heeft dat effect? We schetsen een voorbeeld, zoals we er velen hebben, om dat te illustreren.


Eén van onze jongeren kwam, na twee jaar dakloos te zijn geweest in het buitenland, terug naar Nederland. Ze was 20 jaar oud en ging in Arnhem naar school. Ze klopte aan bij de gemeente, maar daar besloot men dat ze “geen regiobinding” had. Ze had geen briefadres, een voorwaarde om post te kunnen ontvangen en daarmee essentieel om dingen te regelen.


Het aanvragen van dat briefadres duurde in haar geval drie maanden. In deze periode was er voor haar dus geen zorgverzekering, geen studiefinanciering, geen uitkering, geen medicijnen, kon ze niet werken en zich niet inschrijven voor een huis. Zonder briefadres besta je eigenlijk niet.


Dankzij de jongerenopvang in Arnhem die zich om haar bekommerde kwam ze terecht bij het Jongerenpanel. Ze werd al snel een van onze meest actieve belangenbehartigers. Haar verhaal bewoog ons om eens dieper in dat briefadres te duiken: speelde dat bij meer jongeren? En of, zo bleek. Niet alleen duurde het vaak lang, het werd ook vaak niet toegekend op basis van “geen regiobinding” of “te zelfredzaam zijn”.


We maakten er een project van en samen met de gemeente Arnhem en Den Haag doken we in dit proces en bekeken we van alle kanten waarom het zo gaat. In Arnhem en Den Haag was dat succesvol:


  • De termijn voor het verstrekken van een briefadres werd verkort naar 1 week (in veel gevallen zelfs 1 dag), én:

  • Er geldt voortaan een omgekeerde bewijslast: je hoeft als jongere niet langer te bewijzen dat je dakloos bent; de bewijslast voor het niet verstrekken van een adres ligt bij de overheid, in plaats van bij de (veel kwetsbaardere) burger.


Mede dankzij dit project en de resultaten werd ook landelijk het beleid aangepast: gemeenten moeten nu verplicht een briefadres verstrekken als daarom wordt gevraagd. Een resultaat waar we onwijs trots op zijn. En wat we in de gaten blijven houden. Want de jongeren leren ons ook: als iets op papier klopt hoeft dit nog niet te betekenen dat het in de praktijk ook goed uitpakt.


Opschalen

Inmiddels gaat het Jongerenpanel de Derde Kamer haar vijfde jaar in. En we zijn onwijs trots op waar we nu staan:


  • In het nieuwe Nationaal Actieplan Dakloosheid zitten jongeren vanaf dag 1 via het Jongerenpanel als partner aan tafel. En wij begeleiden ze daarin.

  • We werken samen met drie ministeries, want dakloosheid is complex en valt niet binnen één beleidsterrein.

  • In het nieuwe actieplan staat dat álle gemeenten in het maken van beleid rondom dakloosheid jongeren moeten betrekken, in het hele proces.

  • Dakloosheid wordt inmiddels niet langer alleen als een zorgprobleem gezien, maar primair als een woon- en bestaanszekerheidsprobleem. Daardoor wordt veel integraler gekeken naar mogelijke oplossingen.


Met deze flinke stappen werken we ook de komende jaren mee aan het doel om in 2030 dak- en thuisloosheid uit te bannen.


Maar we zijn nog lang niet klaar

Dit project maakt maar weer eens duidelijk hoe belangrijk het is om de stem van jongeren mee te nemen. Wij strijden daarom door, zodat vanuit de overheid altijd vanuit het perspectief van jongeren wordt gekeken en niet alleen vanuit beleidsdomeinen en de papieren werkelijkheid. Zo zorgen we dat beleid en de uitvoering daarvan écht een positief effect heeft op het leven van jongeren.


Dat doen we voor dak- en thuisloosheid niet alleen landelijk maar ook op lokaal niveau. Binnenkort lanceren we daarom ons aanbod Betekenisvolle Participatie voor gemeenten, zodat ook daar integraal en over portefeuilles heen aan dit probleem wordt gewerkt. Niet voor jongeren, maar mét jongeren.


En tot slot

Dak- en thuisloosheid is maar één van de thema’s waarop we werken en jongeren helpen hun stem te laten horen. Onze droom is nog veel groter, want er zijn veel meer problemen die het leven van jongeren raken. Of het nou armoede, mentale gezondheid, kansenongelijkheid, vastlopen op school, opgroeien in jeugdzorg of iets anders is, wij geloven dat in al deze situaties de oplossingen alleen maar gaan werken als jongeren meepraten en -doen.


Heb je zelf impact op het leven van jongeren en denk je na het lezen van dit stuk dat jouw werk leuker én beter wordt als je mét jongeren samenwerkt? Neem vooral contact met ons op!

Comments


bottom of page